Logo van Aalst
NieuwsHome
Vier Generaties KeuringscommissieLoek van AalstBoekenSpecialiteit
De RenaissanceTaxeren AdviserenRestaurerenCatalogiserenIn- en VerkoopLiteratuur
Catalogus gildepenningen Historie gildepenningen Vier - BeeldenkastSpiegellijstFriese 2 deurs-kastTrektafelAntwerps BuffetBeelden KastSculptuur "Triton" Bronzen "Triton"KaarsenkroonLinnenpersen
Overzicht
Contactinformatie

Specialiteit


Renaissance meubelen uit de Nederlanden

De letterlijke betekenis van het woord "Renaissance" is "Wedergeboorte".

In dit verband bedoelen wij de wedergeboorte van de klassieke oudheid, of te wel : een kunstvorm geïnspireerd op de Grieken en de Romeinen.
Deze kunstvorm ontstond in Italië na de Gotische stijlperiode uit de Middeleeuwen.
De Italiaanse Renaissance is uiteraard anders uitgebeeld dan in de Noordelijke landen, aangezien de Italianen de Klassieke voorbeelden nog voor handen hadden.
Bovendien zijn het Italiaanse temperament en de volksaard anders dan de onze.

De Renaissance in de Nederlanden moet men zien als een beïnvloeding op onze Nationale kunstuiting.

De Renaissance in de Nederlanden begon eerst in de schilderkunst  (ca. 1520), daarna in de bouwkunst en beeldhouwkunst en pas later, na ca. 1550, in de meubelkunst.        

Hierbij moet onmiddellijk aangetekend worden dat er een tijdsverschil in aanvang is tussen Noord- en Zuid-Nederland. In het Zuiden ,waar de landvoogdes haar residentie had, kwam de nieuwe kunst als eerste binnen.
In deze beginperiode zien we nog veel overgangsvormen.
In hoofdvorm en constructie nog laat-gotiek, maar in de versiering zien we voorzichtige Renaissance vormen opkomen. De Renaissance werd door kunstenaars overgebracht vanuit Italië, waar zij deze à l'Antique kunst aantroffen en er door in vervoering raakten. Na de sombere Middeleeuwen, waarbij de kunst door de Kerk werd gedicteerd en uitsluitend een religieus karakter had, was het een verademing voor de kunstenaars uit de anonimiteit te komen. Hij maakte nu kunstvoorwerpen, die hij zelf mooi vond en waaraan zijn naam verbonden werd. Het perspectief werd ontdekt en iedere zich zelf respecterend kunstenaar probeerde dit uit, hetgeen lang niet altijd geslaagd mocht heten. Maar binnen tien jaar was de kennis op dit gebied zo groot, dat perfecte, vaak ver gezochte, perspectieven geschilderd en gebeeldhouwd werden. Ook de anatomie werd ontdekt, hetgeen in het begin ook tot zeer curieuze afbeeldingen leidde. Het hoogtepunt wordt bereikt tijdens het maniërisme, waarbij de anatomie in overdreven, vaak onnatuurlijke wijze wordt weergegeven.     

Dat de nieuwe kunst zo snel doorbrak had vooral te maken met het feit dat zich nieuwe opdrachtgevers meldden, zoals de Burgerij. Deze verdiende veel geld, ondanks de turbulente tijd. Andere grote opdrachtgevers waren de Hoven, die hun macht en aanzien naar buiten wilden brengen, door het aanleggen van grote kunstverzamelingen, liefst vervaardigd door vermaarde kunstenaars, die soms zelfs in dienst traden bij de Hoven.

In 1539 vertaalt Pieter Coecke van Aelst, in Antwerpen, een boek van Sebastiano Serlio, waarin deze zeer uitgebreid beschrijft en tekent alle versieringen, profielen en verhoudingen die maar denkbaar zijn in de Renaissance stijl. Dit boek, dat terugvoert tot de eerste-eeuwse Romeinse schrijver Vitruvius, betekent een geweldige doorbraak van de kennis van deze moderne kunstvorm. Het zijn nu niet langer meer de kunstenaars, terugkerend van hun studiereis naar Italië, die de kunst meebrengen. Nu kunnen ook de geïnteresseerden zich, door zelfstudie, deze kunst eigen maken.

Zoals eerder vermeld, begint de nieuwe kunstvorm als eerste in de bouwkunst en pas als laatste in de meubelkunst. Het boek van Pieter Coecke van Aelst is een prima leidraad voor de bouwmeesters. Voor de meubelmakers zijn de boeken van Hans Vredeman de Vries (1527-1604) de belangrijkste bron van hun kennis. Zeer uitgebreide en gedetailleerde voorbeelden van meubelontwerpen staan beschreven en zijn getekend in zijn boeken. Dit zijn de eerste Nederlandse Renaissance ontwerpen met een eigen Vlaams karakter. De ontwerpen zijn te extravagant om ook daadwerkelijk uitgevoerd te worden. Er bestaan dan ook geen meubels naar zijn ontwerp, maar wel meubelen, die duidelijk geïnspireerd zijn door zijn ontwerpen.

Kast

Dus de eerste meubelen uit deze periode, vanaf ca.1550, hebben nog een gotische vorm en constructie, met als nieuwtje zuiver Renaissance snijwerk in de panelen. Zuiver, wil hier zeggen, exact gekopieerd uit de leerboeken van hun Italiaanse voorgangers.
Ze kunnen zo in Italië gemaakt zijn. Hoe beter de kunstenaar kon kopiëren, hoe hoger hij in aanzien stond. De eerste Renaissance meubelen in de Nederlanden zijn de Gotische dressoirs met Renaissance snijwerk. Dit snijwerk bestaat voornamelijk uit symmetrische blad- en bloemranken, waartussen zich portretmedaillons en/of fabelfiguren bevinden. Het snijwerk is diep en vult niet het gehele vlak. Het is bovendien van een heel hoog niveau, niet door schrijnwerkers, maar door beeldhouwers vervaardigd, die hun vak verstonden. Vooral in het Noorden waren de beeldhouwers blij met deze mogelijkheid omdat opdrachten van de Kerk verdwenen waren.

Later zien we dat de meubels door de schrijnwerkers zelf gedecoreerd worden. De kwaliteit gaat dan hard achteruit. Een beeldhouwer komt er niet eerder aan te pas, dan, wanneer de aard van het snijwerk of de hoeveelheid snijwerk buiten de door het gilde voor geschreven maximale bewerking gaat. We moeten dan denken aan beeldenkasten e.d..
Hierdoor worden deze meubelen extra duur omdat er twee gilden aan te pas komen in plaat van één.
   
Niet alleen het snijwerk is in deze nieuwe kunstuiting veranderd, maar ook de accenten en de constructies. Werd de gotiek gekenmerkt door sterke verticale lijnen (gericht naar God), nu in de Renaissance zijn het de horizontale lijnen (het aardse leven) die de ontwerpen kenmerken.

De eerste voorbeelden van de Renaissance in Nederland vinden wij in de koorafsluiting van de Westerkerk te Enkhuizen (ca. 1540) en in het werk van Jan Terwen Aertsz., die in de jaren 1538-1542 de beroemde koorbanken in de Groote Kerk te Dordrecht vervaardigde.
Na deze eerste kerkelijke opdrachten, zien we heel voorzichtig deze nieuwe kunst zijn intrede doen in het burgerinterieur. Het begint met een schouw (zie schoorsteenboezem in het Rijksmuseum, afkomstig uit het huis van Maarten van Rossum te Zaltbommel, ca.1550).
Daarna volgen andere vaste interieur elementen, zoals betimmeringen, deuren, deurbalken en raamkozijnen enz..
Pas in de derde kwart van de 16de eeuw vinden we meubels in Renaissance stijl. Van de zestiende eeuwse Renaissance meubelen uit de Nederlanden zijn slechts zeer weinig bewaard gebleven. Van de zeventiende eeuwse late-Renaissance meubelen zijn relatief nog veel voorbeelden over gebleven, omdat de nieuwe stijl toen overal ingeburgerd was.

kast2

Is de Renaissance in de Nederlanden aanvankelijk een kopie van de Italiaanse kunst, aan het einde der zestiende eeuw komt het nationalisme boven drijven. De renaissance motieven worden nu naar eigen inzicht toegepast op typisch Nederlandse ontwerpen.
Niet alleen nationaal, maar ook regionaal ontstonden verschillende typen meubelen. Zo had iedere provincie zijn eigen type meubel, zowel kasten, kisten, stoelen, tafels enz.
Het is frappant te zien dat zo'n klein land zoveel type meubelen voort heeft gebracht!
Nadien, dus na de 17de eeuw is dit onderscheid lang zo sterk niet meer.
Zien we in de Noordelijke Nederlanden, qua stijl, een indeling in provincies, in Zuid-Nederland veel meer in steden. Zo zijn er Brugse, Mechelse en Antwerpse kasten en Brabantse, Zeeuwse, Utrechtse, Gelderse, Drentse, Friese en Hollandse kasten.
Deze kasten zijn op het eerste gezicht totaal verschillend, maar bij nader onderzoek ziet men dat dezelfde Renaissance motieven zijn toegepast op verschillende ontwerpen.   


De verschillen tussen Noordelijke- en Zuid-Nederlandse meubelen ligt vooral in de geest van meubelmaker en opdrachtgever. In Zuid-Nederland was men katholiek en had men een Bourgondische inslag. De meubels zijn hierdoor uitbundig met veel snijwerk, vaak grof en onsamenhangend. Engeltjes worden afgewisseld door leeuwenmaskers, festoenen, blad- en rankmotieven en fabelfiguren, maar ook de heiligen ontbreken niet. Ook geometrisch zeer ingewikkelde figuren van geprofileerde lijstjes in diverse verstekken gezaagd, treft men vooral bij Antwerpse meubelen aan. Bij de Brugse meubelen zijn de stijlen bijna steeds versierd met getorste kolommen. Ook typische kloostermeubelen ziet men nog zoals Begijnenkastjes en de knielbanken in de vorm van een kastje met schuine klep en knielplank er voor.
Men krijgt de indruk dat binnen een bepaalde context alles geoorloofd is.

De Noord-Nederlanders, daarentegen, waren calvinistisch en dat is ook te zien in hun meubeluitvoeringen. Geen enkel meubel is hetzelfde, maar toch wordt er volgens zeer strenge patronen en regels gewerkt.
Men zoekt een fraai, degelijk meubel dat vooral niet protserig mag zijn.

In de arme provincies zoals Brabant en Drenthe zijn de meubels duidelijk groffer en eenvoudiger. De beste handwerkslieden zaten natuurlijk in de rijkere gebieden zoals bijv. Zeeland, Holland en West- en Oost Friesland. In deze provincies zijn schitterend uitgevoerde meubelen van grote rijkdom vervaardigd. De opdrachtgevers, gefortuneerde kooplieden, konden zich zo'n kostbaar meubel veroorloven. Het probleem voor hen, was echter, dat ze niet verkwistend over mochten komen. Dit losten ze op door de meubelen te versieren met houtsnijwerk dat een boodschap uit moest dragen. Zo vinden we de bijbelse voorstellingen als versiering op meubelen die een waarschuwing uitbeelden, om toch vooral maar volgens de bijbel te leven en niet te zondigen. Maar ook mythologische voorstellingen komen voor, soms in combinatie met bijbelse.

Veel voorkomende voorstellingen zijn:  De Verloren Zoon,  

              

Maar ook de Doop in de Jordaan, Abrahams Offer en Salomons Oordeel waren populair. Evenals het verhaal van Sussana Bespiedt door grijsaards, waarbij gretig gebruik wordt gemaakt van het uitbeelden van de naaktheid van Sussana, De stijlen worden vaak versierd met de drie Goddelijke Deugden: Geloof, Hoop en Liefde, waarbij dan vaak de panelen versierd zijn met de Kardinale Deugden: Voorzichtigheid, Gerechtigheid, Sterkte en Matigheid.


Zuivere Renaissance kasten uit Zuid-Nederland zijn zeldzamer dan uit Noord-Nederland. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat in Zuid-Nederland de gotiek langer is blijven bestaan en men na een korte periode van Renaissance kunst overging op de Barok. In het calvinistische noorden ziet men de barok als veel te frivool en bombastisch, als katholieke kunt!

Na het midden van de zeventiende eeuw moet men er ook in het noorden aan geloven. Het blijft echter veel minder uitbundig. Heden ten dage is de barokke kunst bij de Noord-Nederlander nog niet favoriet. Het zal de landsaard wel zijn.

Op de typische regionale Renaissance meubelen zien we na 1650 Barokversieringen verschijnen, zoals bijvoorbeeld kussens, gladde kolommen, ranken en dergelijke. Na ca. 1680 wordt het Renaissance type meubel vervangen door een nieuw, Barok ontwerp, zoals het tafelkabinet, waaruit in de achttiende eeuw het bekende buikkabinet is ontstaan.