Logo van Aalst
NieuwsHome
Vier Generaties KeuringscommissieLoek van AalstBoekenSpecialiteit
De RenaissanceTaxeren AdviserenRestaurerenCatalogiserenIn- en VerkoopLiteratuur
Catalogus gildepenningen Historie gildepenningen Vier - BeeldenkastSpiegellijstFriese 2 deurs-kastTrektafelAntwerps BuffetBeelden KastSculptuur "Triton" Bronzen "Triton"KaarsenkroonLinnenpersen
Overzicht
Contactinformatie

Vier - Beeldenkast


Beeldenkast met togen en wapen van Enkhuizen
Holland
Eikenhout.
Circa 1610- 1620.
Kapmaten: Breedte 190 cm x diepte 91 cm.
Maten: Hoogte 226 cm x breedte 166 cm x diepte 83 cm.
  
 

Deze zeer bijzondere beeldenkast met de ongebruikelijke ronde togen in de onderkast draagt het wapen van Enkhuizen in de kap.

Tegen de onderzijde van de ver overkragende kap bevinden zich geometrische patronen met rolwerk, met in het midden van de kap het stadswapen van Enkhuizen. Het fries wordt door vier fraai gesneden mensentronies onderverdeeld: aan de buitenzijde twee mannen en er tussen in twee vrouwen.


In het kleine fries, tussen de twee vrouwenkopjes, is de Aanbidding van Jezus door de herders weergegeven.

 

In de twee grotere stukken fries bestaat het vlaksnijwerk uit acanthusbladeren met  daartussen een aantal zaadpikkende vogels. In het centrum van de fries is een cartouche aangebracht dat door twee cherubijntjes wordt vastgehouden.
In de cartouches zijn afbeeldingen gesneden die de zomer en de herfst symboliseren. De zomer wordt weergeven door een vrouw met koren in de ene hand en een zeis in de andere.

In het andere cartouche zit een putto op een wijnvat met in de ene hand een drinkbeker en in de andere een kruik.


De bovenkast heeft twee deuren met daar tussenin een smal paneel. De deuren worden geflankeerd door vier beelden. Het kastje in het midden kan alleen worden geopend via een paneeltje in het tussenschot achter de linker deur. De vier beelden die tegen de stijlen zijn geplaatst zijn uniek in hun vormgeving. Het zijn slanke vrouwen met lange nekken en ontblote borsten. Ze dragen elegante klassieke gewaden met prachtige, plastisch gedrapeerde plooien, die zo dun lijken dat men als het ware door het “textiel” kan kijken.
De vrouwen symboliseren de volgende Deugden:

                                              

Geloof (Fides): Een vrouw met een (bijbel)boek in de hand en een kruis   
Liefde(Charitas):  Een vrouw met twee kinderen aan de rok en één op de arm.
Matigheid (Temperantia): Een vrouw met een kruik en een kelk.
Hoop (Spes): Een vrouw met een anker en een vogel.
De beelden worden bekroond door een Corinthisch kapiteel, terwijl op de sokkel kleine cherubijnenkopjes zijn gesneden.

In het snijwerk op de twee deurpanelen zijn twee episodes afgebeeld van het verhaal van de Verloren Zoon (Lucas 15:11-32); links de scène dat de zoon zijn geld verbrast aan ondermeer feestelijke maaltijden en rechts zien we de hartelijke ontvangst door zijn vader bij zijn terugkeer.

                    
De rijk bewerkte regel tussen boven- en onderkast is op een ongebruikelijke wijze vormgegeven. Op de uiteinden van de regel zijn namelijk een mannentronie en een vrouwentronie geplaatst.
Het midden van de regel, onder de twee beelden van de Liefde en de Matigheid, bestaat uit een naar voren springend gedeelte waarop het Offer van Abraham (Genesis 22:1-14) is afgebeeld dat wordt geflankeerd door vier kleine halffiguren. In deze tussenregel bevinden zich twee laden. De regel lijkt een herhaling te zijn van het fries want ook hier zijn acanthusbladeren aangebracht met in het midden cartouches met dezelfde voorstellingen: een putto op een  wijnvat en een vrouw met koren in haar hand.                   
Het meest opmerkelijke aan deze kast zijn de twee ronde togen op de deuren van de onderkast met daarin verschillende kleine figuren en één grote figuur. Geen enkele andere Hollandse
beeldenkast is bekend met daarop een dergelijk motief in de togen.                                                                                    
Het motief voor de geribbelde bogen die als het ware ontspruiten uit vazen met daarop beelden is direct ontleend aan een gravure met de Tien Geboden van Hendrik Goltzius uit 1583. De virtuoos gesneden hoofdpersonen in de togen zijn twee Evangelisten terwijl ze hun evangelie schrijven, namelijk: Johannes met een adelaar en Mattheus met een engel. Ze zijn geplaatst tegen de achtergrond van een perspectivisch kerkinterieur, waar door middel van een coulissen decor een grote diepte wordt gecreëerd.

Op de basementen van de tegen de stijlen geplaatste gecanneleerde Ionische kolommen zijn drie Deugden in het snijwerk aangebracht: Voorzichtigheid, Gerechtigheid en Standvastigheid.
De Deugden worden gelauwerd door twee putti met een laurierkrans tussen hen in.

Op de rechthoekige basementen die de twee laden in de plint flankeren zien we de Drie Koningen die elk in een toogje zijn geplaatst (Mattheus 2:10-12): Balthazar met mirre, Caspar met wierook en Melchior met goud in de handen.
De laden zijn versierd met snijwerk van bloemen en vogeltjes.

Deze kast, die toen ook al een zeer kostbaar object geweest moet zijn, zou in opdracht van het stadsbestuur van Enkhuizen gemaakt kunnen zijn, gezien de unieke aanwezigheid van het stadswapen.
Dit zeer rijk versierde meubel met zijn opmerkelijke details kan als één van de hoogtepunten worden beschouwd van de Noord-Nederlandse renaissance meubelkunst.