Logo van Aalst
NieuwsHome
Vier Generaties KeuringscommissieLoek van AalstBoekenSpecialiteit
De RenaissanceTaxeren AdviserenRestaurerenCatalogiserenIn- en VerkoopLiteratuur
Catalogus gildepenningen Historie gildepenningen Vier - BeeldenkastSpiegellijstFriese 2 deurs-kastTrektafelAntwerps BuffetBeelden KastSculptuur "Triton" Bronzen "Triton"KaarsenkroonLinnenpersen
Overzicht
Contactinformatie

Linnenpersen


In de zeventiende eeuw werd heel veel geld besteed aan textiel, speciaal aan kleding en tafellinnen. Textiel was een statussymbool; soms zelfs duurder dan schilderijen. Dat is de reden dat er vaak grote sommen geld werd besteed aan de aanschaf van linnenpersen. Dit verklaart waarom er zoveel aandacht werd besteed aan de was en keurig geperst linnengoed. Het persen van de was werd waarschijnlijk gedaan door mevrouw zelf en soms door de dienstmeid, maar dan onder het toeziend oog van mevrouw.

afb.1 tafel-linnenpers

Een linnenpers diende om het gewassen en gestreken linnengoed netjes opgevouwen te krijgen. Hierna werd het in de daarvoor bestemde kast of kist opgeborgen. Dat wil zeggen dat het reeds gestreken wasgoed tussen de diverse bladen van de pers werd gelegd. Door er druk op uit te oefenen via het aandraaien van het persblad, ontstond een keurig van vouwen voorzien stuk wasgoed.

Dat er verhoudingsgewijs in Nederland nog zoveel persen zijn, komt door het feit dat ieder huishouden in Nederland er één had. De ene natuurlijk fraaier dan de andere. De Nederlandse 17de eeuwse huisvrouw stond bekend als zeer proper en ze wilde keurig voor de dag komen.

Omdat tot het begin van de 20ste eeuw de pers in zwang bleef, bestaan er ook vrij veel persen.
De 17de eeuwse persen komen natuurlijk niet zo veel voor.

Afb.2 hand-linnenpersje

Wat deze persen betreft bestaan er twee soorten: de grote, die op een losse tafel of kastje staan (zie afb.1) en de kleine, hand- linnenpersjes, die op een kist of tafel geplaatst kunnen worden (afb.2). De kleine handpersjes werden gebruikt voor kleine kledingstukken of linnengoed. Men kon ze op iedere plaats gebruiken, omdat ze eenvoudig te verplaatsen zijn.

De kleintjes worden ten onrechte vaak boekenpersen genoemd. Dat is onjuist, omdat voor het persen van boeken heel veel kracht nodig is. Daar komt veel ijzerwerk aan te pas zoals op de bijgaande foto (afb.3) te zien is.

Afb.3 boekenpersje

Linnenpersen bevonden zich meestal in de ontvangstruimte in huis. Dat was ,zeker in de eerste helft van de 17de eeuw, het voorhuis. Deze ruimte was van de straat af te zien. Het was een soort etalage, waarin de handwerklieden hun beroep uitoefenden en waarin de koopman zaken deed. Aan deze ruimte kon men zien hoe welgesteld de bewoner was.

En volgens gevonden boedelbeschrijvingen stond daar ook vaak de linnenpers. Deze pers was een symbool van rijkdom. Hoe fraaier de pers, des te vermogender de eigenaar. Want met een dergelijke pers moesten ze ook wel kostbare stoffen en kleding in huis hebben. Zoals we hiervoor reeds opmerkten kon kleding erg kostbaar zijn.

De grote linnenpersen staan op een losse tafel, die dezelfde bouw heeft als de trektafels of de tafels van tafelkasten. Dit wil zeggen dat de vroege tafels van persen cilindrisch gedraaide poten met regels rondom hebben, de latere, bolpoten met regels rondom en de nog latere, na ca.1650, bolpoten met Y-regels. Ook komen deze tafeltjes voor zonder onderregels. Het betreft dan de wat kleinere soorten. Aan het eind van de 17de eeuw zien we net als bij de tafelkabinetten getorste poten met kruisregels.

Maar niet alleen aan de voet is de leeftijd te zien. De vroege persen zijn vaak rijk uitgevoerd met veel gebeeldhouwde ornamentiek. Later komt daarvoor in de plaats de hardhouten versieringen, zoals palissander en ebbenhout. Niets nieuws, want dat zien we bij alle meubelen zo ontwikkelen.

Het persgedeelte, bestaande uit de twee stijlen en de tussenliggende balk, wordt schavot genoemd. De balk heet schavotbalk. De lange houten spiraal, spil genoemd, die de schroef vormt om het persblad neer te drukken of omhoog te halen is nooit van eikenhout gemaakt. Eikenhout brokkelt te gemakkelijk, zeker bij kops hout, wat het in dit geval is. Meestal werd er beukenhout of iepenhout voor toegepast wat dan vaak donker gekleurd werd alsof het een tropische hardhout soort was.

Het handvat om deze spil te draaien is meestal een messing staaf, soms een hardhouten staaf en in uitzonderlijke gevallen een versierde houten greep.

Afb.4 handvat

Tussen het onderblad van de pers en het eigenlijke persblad bevinden zich diverse losse bladen. Al naar gelang de hoeveelheid wasgoed werd het aantal planken aangepast. In de pers, onder het persgedeelte, bevindt zich meestal een lade. Als je deze eruit trekt dan kan je de onderkant van de stijlen van de pers zien.

Deze moeten heel stevig geborgd zijn omdat daar net zoveel opwaartse kracht opkomt als de neerwaartse kracht van het persblad.

afb.5 onderzijde persblad met stijlen

Hier volgen nog enkele voorbeelden van persen:

Eikenhout, ebbenhout en iepenhout
Noordelijke Nederlanden
Ca. 1630-1640


Een linnenpers op toogkastje
Eikenhout, ebbenhout en beukenhout
Noordelijke Nederlanden
Ca.1640


Een linnenpers op tafel
Eikenhout en ebbenhout
Noordelijke Nederlanden
Ca. 1640-1660


Een hand linnenpersje
Eikenhout en beukenhout
Noordelijke Nederlanden
Ca. 1620-1640


Een hand linnenpersje
Eikenhout en beukenhout
Noordelijke Nederlanden
Ca.1630-1660